Zes ingeschapen strategieën
Tijdens de opvoedavonden hebben we gesproken over de strategieën die de Heere de mens gaf om teksten beter te begrijpen. Zes daarvan zijn het meest gebruikt. Het kan ons helpen als we deze manieren bewust gebruiken.
- Voorspellen: Probeer voor het lezen na te denken over de vraag wat u denkt te gaan lezen. De inleiding die de kanttekenaren geschreven hebben op elk hoofdstuk kan hierbij een goed hulpmiddel zijn.
- Verbinden: Probeer hetgeen u leest te verbinden met iets wat u eerder gelezen heeft. Verbind bijvoorbeeld een tekstgedeelte met een Psalm of een preek die u eerder hoorde.
- Vragen stellen: Vragen bedenken over de tekst die u gelezen heeft, is een goed middel om voor uzelf helderder te krijgen waar de tekst over gaat.
- Afleiden: Probeer helder te krijgen of er iets is wat niet letterlijk in de tekst staat, maar wat we wel kunnen afleiden uit de tekst. Als de Heere Jezus zegt in Openbaring 3:20: ‘Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop (…)”, kunnen we daaruit afleiden dat ons hart van nature dus gesloten is voor de Heere. Het staat er niet letterlijk, maar als Hij moet vragen om opengedaan te worden, kunnen we deze betekenis er wel uit afleiden.
- Samenvatten: Probeer aan het einde van het lezen de tekst zelf samen te vatten. Kunt u in eigen woorden weergeven wat u gelezen heeft? Een kort voorbeeld hiervan aan de hand van Psalm 63: Eerst lezen we dat David zich in de woestijn bevindt. De woestijn is dor en droog. Daarna lezen we dat David naar de Heere verlangt. Aan het einde van de Psalm lezen we dat David gelooft, ja, zeker weet dat de Heere hem zal helpen. We zien dit aan de woorden: ‘Maar de koning zal zich in God verblijden’.
- Visualiseren: Deze strategie is bij het lezen van de Bijbel wel mogelijk, maar moeilijk vorm te geven. Hier is veel oefening voor nodig. Het betekent dat we proberen om een schematische tekening te maken van hetgeen we lezen. Stel, we hebben een tekst gelezen over de ellende van een mens. ‘Ellendig’ betekent van oorsprong hetzelfde als ‘uitlandig'. We kunnen een land tekenen. Dit is het goede land. De Heere heeft de mens in dit land geschapen. Kunnen de kinderen een paar eigenschappen van dit land noemen? Vervolgens tekenen we een pijl. De mens is uit het land weggestuurd, naar een ander land, een vergelegen land. Tussen de twee landen ligt een hemelhoge berg met schuld. Hoe kan een mens nu ooit weer terugkomen in het goede land?